Burgerservicenummer

Op 26 november 2007 is het burgerservicenummer in Nederland ingevoerd. Het burgerservicenummer is een uniek persoonsnummer dat wordt gebruikt voor alle contacten tussen een burger en de overheid. Ook wordt het burgerservicenummer gebruikt voor de uitwisseling van gegevens over burgers tussen overheidsorganisaties. Het burgerservicenummer is ingesteld op basis van de Wet Algemene bepalingen Burgerservicenummer die op 26 november 2007 in werking is getreden.

De invoering van deze wet regelt dat het burgerservicenummer in de plaats is gekomen van het sofinummer. Het sofinummer is ook een persoonsnummer, maar dat mocht alleen gebruikt worden voor overheidstransacties die te maken hebben met belastingen en sociale voorzieningen zoals uitkeringen.

Met het burgerservicenummer kunnen alle burgers terecht bij elke overheidsorganisatie. Sterker nog, als die overheidsorganisatie een persoonsgebonden nummer wil hanteren, dan mag dat alleen maar het burgerservicenummer zijn. Andere klantnummers en dergelijke mogen dus niet meer worden uitgegeven of gebruikt.

Het burgerservicenummer wordt daarnaast ook gebruikt voor gegevensuitwisseling tussen overheidsorganisaties onderling. Bijvoorbeeld: als een burger verhuist moet de adreswijziging worden doorgegeven aan de gemeente. De gemeente kan vervolgens het nieuwe adres aan andere instanties zoals de belastingdienst doorgeven, waarbij het burgerservicenummer wordt gebruikt om precies aan te geven om welke burger het gaat.

Ook op andere gebieden mag het burgerservicenummer gebruikt worden bijvoorbeeld voor informatie-uitwisseling voor medische zorg en ziektekostenverzekeringen en voor het vaststellen van de identiteit van klanten van financiële instellingen. Maar dit mag alleen als daarvoor een specifieke wet of regeling bestaat. Een commercieel bedrijf of een sportclub mag dus niet zomaar een burger vragen om het burgerservicenummer.

Totstandkoming

Burgerservicenummers worden toegekend door elke gemeente. De gemeente heeft daarvoor een 'voorraad' nieuwe, unieke nummers, die worden op een centraal punt in Nederland aangemaakt en verstrekt. Op die manier wordt er voor gezorgd dat elke nummer maar een keer gebruikt wordt en dus uniek blijft.

Het burgerservicenummer bestaat altijd uit 9 cijfers, en is min of meer willekeurig samengesteld. Het nummer betekent zelf dus niets, er is op geen enkele manier aan het nummer te zien wie de persoon is die bij het nummer hoort. De nummers worden ook niet op volgorde toegekend, dus ook de leeftijd van de burger is niet af te leiden uit het nummer.

Er zit wel een controlemechanisme in het nummer, waardoor kan worden gecontroleerd of het een geldig nummer is, dat wil zeggen een nummer dan kan bestaan. Dat is gedaan door middel van de zogenaamde elfproef.

De elfproef in het burgerservicenummer

De elfproef dient ervoor om te controleren of er niet twee cijfers zijn verwisseld bij het opschrijven van het burgerservicenummer. De elfproef werkt als volgt:

  1. Het burgerservicenummer bestaat uit 9 cijfers, en kan worden voorgesteld door abcdefghi.
  2. Bereken nu: 9*a + 8*b + 7*c + 6*d + 5*e + 4*f + 3*g + 2*h - i.
  3. De uitkomst van deze berekening moet een veelvoud van 11 zijn. Dat wil zeggen, als de uitkomst door 11 gedeeld wordt blijft er geen rest over.

Een voorbeeld: stel dat we willen controleren of 123456789 een burgerservicenummer zou kunnen zijn. De berekening van de elfproef is dan: 9*1 + 8*2 + 7*3 + 6*4 + 5*5 + 4*6 + 3*7 + 2*8 - 9 = 147. De uitkomst 147 gedeeld door 11 is 13 rest 4. Het nummer 123456789 voldoet niet aan de elfproef en kan dus geen burgerservicenummer zijn.

Voordelen van het burgerservicenummer

Door gebruik te maken van het burgerservicenummer is het heel eenvoudig om gegevens uit te wisselen tussen een burger en de overheid en tussen overheidsorganisaties onderling, zonder dat er verwarring kan ontstaan welke burger het betreft. Elk burgerservicenummer is immers van precies één burger.



Discussieer en antwoord

Gerelateerd