Het auteursrecht is het recht van de auteur (maker) van een werk om zelf te bepalen wat er met zijn of haar werk gebeurt. De auteur mag als enig het werk publiceren (openbaar maken) of kopiëren (verveelvoudigen). De auteur mag deze rechten ook als geheel of in gedeelten aan anderen overdragen, al dan niet tegen een financiële vergoeding. Het auteursrecht blijft gelden tot 70 jaar na het overlijden van de maker.
Over elk van de begrippen die hierboven staan is nadere uitleg. Of klik hier om het hele verhaal te lezen.
Wat is werk?
In artikel 10 van de auteurswet staat een opsomming van zaken die onder werken van letterkunde, wetenschap of kunst vallen. Daarin staan onder andere: boeken, toneelstukken, muziekstukken en aardrijkskundige kaarten, maar ook foto's, films en computerprogramma's. Deze opsomming is bedoeld als een voorbeeld, want alle werken vallen onder het auteursrecht.
Opvallend is dat in artikel 11 staat dat wetten, besluiten en verordeningen van de overheid, maar ook rechterlijke uitspraken, niet onder het auteursrecht vallen.
Wie is de maker?
In artikel 4 van de auteurswet staat beschreven wie de maker van een werk is. De hoofdregel is dat je moet kijken of er op of in het werk staat aangegeven wie de maker is. Als iemand dus een gedicht of een verhaal schrijft, en zijn of haar naam er onder zet, dan is daarmee bekend wie de maker is.
Als er op het werk geen maker vermeld wordt, dan wordt er bekeken of er bij de openbaarmaking van het werkt bekend is gemaakt wie de maker is. Wanneer het werk niet op papier of op een andere manier is vastgelegd, bijvoorbeeld een toespraak of voordracht, dan wordt de persoon die de voordracht houdt als maker aangewezen.
Als iemand zegt de maker van een werk te zijn, maar iemand anders kan bewijzen dat dat niet zo is, dan vervalt het auteursrecht voor de persoon die zichzelf ten onrechte als de maker heeft voorgedaan.
Als iemand een werk maakt dat is ontworpen door iemand anders, terwijl dit gebeurt onder leiding van de persoon die het ontwerp gemaakt heeft, dan is de maker van het werk de ontwerper ervan. Dit staat in artikel 6 van de auteurswet. Het gevolg hiervan is bijvoorbeeld dat een kunstenaar een kunstwerk kan ontwerpen, en dit kan laten maken door bijvoorbeeld een steenhouwer. Dan is de kunstenaar toch de maker van het kunstwerk.
Iets vergelijkbaars staat in artikel 7, maar dan voor een situatie waarin iemand een werk maakt, terwijl hij in dienst is van een ander. In dat geval is de werkgever de maker van het werk, tenzij de twee betrokkenen dat anders hebben afgesproken. Een journalist die in dienst van een krant is en een artikel schrijft zal dus meestal niet als de maker van dat artikel gelden, en dus ook niet het auteursrecht op het artikel hebben.
Wat is openbaar?
In de auteurswet (artikel 12) wordt niet precies uitgelegd wat openbaar maken is. Blijkbaar vond de wetgever dat het voldoende duidelijk was wat hiermee bedoeld wordt. Er worden nog wel enkele speciale gevallen beschreven, zoals bijvoorbeeld het verhuren of uitlenen van een werk (denk aan boeken en platen) en het voordragen of spelen van een werk (denk daarbij aan toneelstukken of muziek).
In de auteurswet staat dat het toegestaan is om een voordracht of voorstelling te houden in een familie- of vriendenkring, als er geen betaling voor wordt gevraagd. Het is dan geen openbaarmaking waarvoor de auteur toestemming moet geven. En dat is maar goed ook, want anders was het niet eens toegestaan om een boek voor te lezen aan kinderen of om met een groepje vrienden naar een CD te luisteren!
Wat is verveelvoudigen?
De maker van een werk heeft volgens de auteurswet als enige het recht om een werk te verveelvoudigen (kopiëren). In artikel 13 van de auteurswet staat dat met verveelvoudigen ook het vertalen, verfilmen of op het toneel brengen van het werk wordt bedoeld. Het is dus bijvoorbeeld niet toegestaan (zonder toestemming van de schrijver) een toneelstuk te maken van een boek.
Als je een bepaald werk vastlegt op een voorwerp dat bestemd is om dat werk ten gehore te brengen of vertonen, dan is dat volgens artikel 14 ook verveelvoudigen, en dus alleen toegestaan als de maker dat goed vindt. Dat is dus de reden dat het zonder toestemming van de componist niet toegestaan is om een muziekstuk op een CD op te nemen. De componist zal die toestemming vaak wel geven, maar daar wil hij dan wel meestal een financiële vergoeding voor hebben. Maar een componist kan volgens dit artikel dus het opnemen van een door hem geschreven muziekstuk verbieden, bijvoorbeeld als hij liever niet wil dat een bepaalde artiest dat doet of als hij denkt dat deze artiest er een bewerking van gaat maken die hem niet aanstaat.
Hoe lang geld auteursrecht?
De maker van een werk krijgt het auteursrecht op dat werk op het moment dat het werk gemaakt wordt. Zeventig jaar na het overlijden van de maker vervalt het auteursrecht weer. Als het werk door meer dan 1 persoon is gemaakt, dan vervalt het auteursrecht op dat werk 70 jaar na het overlijden van de langstlevende maker.
Als de maker niet bekend is, dan vervalt het auteursrecht 70 jaar nadat het werk voor het eerst openbaar gemaakt is.
Voor films is er nog een speciale regeling ingesteld. Het auteursrecht op een film vervalt 70 jaar na het overlijden van de laatste van een hele groep medewerkers aan de film: de hoofdregisseur, de scenarioschrijver, de schrijver van de dialogen en de componist van de filmmuziek.
De regels voor de duur van het auteursrecht staan in hoofdstuk 3 van de auteurswet, in artikel 37 tot en met 42.
