Hoe ontstaat bliksem?
Water of een vochtig oppervlakte van de aarde absorbeert de warmte van
zonlicht. Door deze warmte verdampt het water. De waterdamp komt in de lucht
terecht.
De lucht die zich dicht bij de grond bevindt is warmer dan de lucht hogerop. Warme lucht is lichter dan koude licht, en stijgt daarom op. Er ontstaat dan
een sterke opwaartse stroming van vochtige, warme lucht. Als de warme lucht is
opgestegen tot een hoogte van 3 tot wel 10 kilometer koelt de lucht snel af
doordat de lucht in de omgeving veel kouder is. Daarbij ontstaan door condensatie
weer waterdruppels, en vervolgens kleine ijsdeeltjes. De
ijsdeeltjes worden groter en groeien uit tot hagelstenen.
Op deze hagelstenen
vriezen meteen weer kleine waterdruppels vast. Dit gaat zo snel dat er kleine
ijssplinters van de hagelstenen afspringen, die een positieve electrische lading
hebben. De hagelstenen worden hierdoor tegelijkertijd negatief geladen.
Omdat de ijssplinters licht en klein zijn stijgen ze naar de bovenkant van de
wolken, terwijl de grotere en zwaardere hagelstenen naar de onderkant van de
wolk zakken. De sterke negatieve lading van de onderkant van de wolk stoot (net
als bij magneten) de negatieve deeltjes in het aardoppervlak af, die daardoor
dieper in de bodem afdalen. De bovenste laag van de aarde wordt hierdoor
positief geladen.
Nu is dus de volgende situatie ontstaan:
- Kleine, positief geladen ijssplinters aan de bovenkant van een wolk.
- Grote, negatief geladen hagelstenen aan de onderkant van een wolk.
- De aarde daaronder, die in verhouding tot de onderkant van de wolk positief geladen is.
De afbeelding hieronder geeft dit nogmaals weer:
De situatie is nu rijp voor de volgende fase: de ontlading.
Kies: volgende pagina
|