In Nederland is geen stemplicht. Iedereen die een oproep voor de verkiezingen krijgt mag zelf beslissen of hij/zij gaat stemmen. Je hebt dus het recht om te gaan stemmen of niet. Daarom spreken we in Nederland van het stemrecht.
In het nieuws hoor je vaak over de "opkomst". Het gaat dan over de mensen die de kans om te gaan stemmen hebben benut en wel gestemd hebben. De opkomst bij de verkiezingen is nooit 100%, de laatste tientallen jaren schommelt de opkomst tussen de 50% en de 80% (afhankelijk van de soort verkiezingen bijvoorbeeld). Politici vinden het opkomstpercentage belangrijk, om twee redenen. Ten eerste geeft een laag of hoog percentage iets aan over de interesse van de stemgerechtigden in de politiek. Ten tweede kun je je voorstellen dat een partij die de verkiezingen wint, maar met een lage opkomst, niet zo'n sterke overwinning heeft. Er is immers eigenlijk niet bekend wat de mensen vinden die niet gestemd hebben.
Alleen de keuze van de mensen die wel gaan stemmen telt mee voor de uitslag. Als je niet gaat stemmen gaat je stem eigenlijk verloren.
Een andere keuze is om wel te gaan stemmen, maar het stembiljet leeg weer in te leveren. Dat heet "blanco" stemmen. Sommige mensen vinden dat je daarmee in feite zegt dat je geen van de kandidaten of partijen goed genoeg vindt. Je stem gaat niet verloren, maar gaat ook niet naar een partij.
