Hoe werkt zetelverdeling?

Het totale aantal stemmen dat op een lijst is uitgebracht in alle stembureaus wordt het stemcijfer genoemd. Het centraal stembureau telt het totaal aantal uitgebrachte stemmen, en deelt dit door het aantal te verdelen zetels.

Voorbeeld voor de Tweede Kamer verkiezingen:

  • Stel dat er bijvoorbeeld 7.534.873 stemmen zijn uitgebracht.
  • Het totale aantal zetels van de Tweede Kamer is 150.
  • De Kiesdeler is nu 7.534.873 gedeeld door 150, is 50.232,486, afgerond 50.232.

Het aantal stemmen op een lijst wordt nu gedeeld door de kiesdeler. De uitkomst van die deling, naar beneden afgerond, is het aantal zetels dat de partij krijgt toegewezen. Een partij die stemmen heeft gekregen, maar niet meer dan de kiesdeler, krijgt geen enkele zetel.

Vervolg van het voorbeeld:

  • Stel dat een partij 705.832 stemmen heeft gekregen.
  • Dit aantal stemmen wordt gedeeld door de kiesdeler, 50.232.
  • De uitkomst van 705.832 gedeeld door 50.232 is 14,05, afgerond 14 zetels.

Zo wordt voor elke lijst bepaald hoeveel zetels er zijn toegewezen.

Restzetels

Omdat er bij elke lijst naar beneden wordt afgerond, blijven er meestal van de 150 toe te wijzen zetels een paar over, dat worden de restzetels genoemd. Deze restzetels worden volgens de regels in de kieswet verdeeld, meestal zo dat de partij de bij het afronden naar beneden het hoogste getal achter de komma had de meeste restzetels krijgt.

De restzetels worden opgeteld bij de zetels die de partij al had door de kiesdeler. Dat levert het totaal aantal zetels op waar die partij recht op heeft.

Een pikant detail is dat een partij die meer zetels heeft dan het aantal kandidaten dat op de lijst van die partij staat, maximaal het aantal zetels krijgt dat overeenkomt met het aantal kandidaten. De andere zetels gaan naar de andere partijen.

Kieskringen

Heel Nederland wordt volgens de Kieswet ingedeeld in 19 kieskringen, als het gaat om verkiezingen voor de Tweede Kamer. Bij verkiezingen voor de Provinciale Staten gelden in principe dezelfde kieskringen, maar de provincie kan de eigen kieskringen nog onderverdelen in meerdere kleinere kieskringen. Voor de Gemeenteraadsverkiezingen geldt de regel dat elke gemeente één kieskring is.

Stemdistricten

In principe is elke gemeente precies één stemdistrict, maar vooral in de grotere gemeenten zal er wel besloten worden om de gemeente te verdelen in meerder stemdistricten.

Stembureau

In elk stemdistrict is een stembureau. Het stembureau wordt bemand door drie mensen, de leden van het stembureau. Een van deze mensen is de voorzitter. Deze mensen worden benoemd door Burgemeester en wethouders, en daarbij worden ook plaatsvervangers benoemd, voor het geval een lid van het stembureau op de verkiezingsdag verhinderd is (bijvoorbeeld door ziekte).

In elke kieskring is een hoofdstembureau, dat zich bevind in de gemeente die in de Kieswet voor die kieskring is aangewezen. De burgemeester van die gemeente is de voorzitter van het hoofdstembureau, en verder zijn er nog vier leden. Het lidmaatschap van het hoofdstembureau geldt voor vier jaar.

Tenslotte is er ook nog een centraal stembureau. Bij de verkiezingen voor de Tweede kamer is dat de Kiesraad. Voor Provinciale Statenverkiezingen is het hoofdstembureau ook het centraal stembureau, en dat geldt ook voor de Gemeenteraadsverkiezingen.
 



Discussieer en antwoord

Gerelateerd