Ruilhandel

Voorbeeld van ruilhandel

Stel je de volgende situatie voor: in een dorp wonen een boer, een molenaar, een bakker en een leraar. De kinderen van de boer, de molenaar en de bakker zitten bij de leraar op school. De boer verbouwt tarwe. De molenaar kan tarwe vermalen tot meel. De bakker kan brood bakken van meel.

Zonder geld moeten de boer, de molenaar, de bakker en de leraar samen tot een afspraak komen. Die zou er als volgt uit kunnen zien: de boer levert zijn tarwe aan de molenaar. Deze maakt er meel van en levert dat aan de bakker. De bakker maakt daar brood van. Hij levert dit brood aan de boer en de molenaar, in ruil voor de tarwe en het malen. De bakker geeft ook brood aan de leraar, in ruil voor het geven van onderwijs aan zijn kinderen. De boer en de molenaar geven een deel van het brood dat ze van de bakker hebben gekregen aan de leraar, zodat ook hun kinderen op school terecht kunnen. En in ruil voor al het brood dat hij ontvangt geeft de leraar onderwijs aan de kinderen van de boer, de molenaar en de bakker.

Aan deze afspraak zitten allerlei haken en ogen:

  • Wat als de molenaar niet in hetzelfde dorp woont, maar een stuk verderop?
  • Wat als de boer veel meer tarwe produceert dan wat nodig is voor de inwoners van zijn dorp?
  • Wat moet er in de winter en het voorjaar gebeuren, als de boer nog geen tarwe kan leveren?
  • Wat als de betrokkenen geen overeenstemming kunnen bereiken over de waarde van de producten en diensten die ze bieden en vragen?

Om aan deze nadelen van ruilhandel tegemoet te komen is al vele eeuwen geleden het concept geld in het leven geroepen.



Discussieer en antwoord

Gerelateerd